Wat zijn zelftesten?

Bij zelftesten wordt de uitvoering van de test en het aflezen van de uitslag door de geteste persoon zelf gedaan; eventueel met begeleiding van een andere persoon die verbale instructies geeft. Er zijn verschillende fabrikanten van zelftesten. De zelftesten die de overheid beschikbaar stelt voor het onderwijs en de kinderopvang zijn zogenaamde antigeensneltesten die geschikt zijn voor zelfafname. Deze testen kunnen worden afgenomen door medewerkers zelf. Het wattenstaafje waarmee deze zelftesten worden afgenomen hoeft minder ver de neus in. 

Antigeensneltesten zijn testen die binnen 30 minuten een infectie met het coronavirus kunnen vaststellen. Dit geldt dus ook voor de zelftesten die in de kinderopvang gebruikt worden. De resultaten van deze zelftesten zijn iets minder betrouwbaar dan de testen (inclusief antigeensneltesten) die in de teststraten van de GGD wordt gebruikt. De kans op een ongemerkte besmetting wordt verkleind. 
Bij een positieve zelftest is het dringende advies om contact op te nemen met de GGD en een afspraak te maken voor een hertest. 
Een negatieve testuitslag is bij een zelftest minder betrouwbaar dan bij een test die door een professional is afgenomen. Blijf dus voorzichtig en blijf u houden aan de basisregels tegen verspreiding van het coronavirus, zoals afstand houden, handen wassen en thuisblijven en testen (via de GGD) bij klachten.