Drie-uursregeling

De wijzigingen in de kwaliteitseisen zorgen ook voor een andere toepassing van de drie-uursregeling.

Er zijn geen tijdvakken meer waarbinnen afwijken van de beroepskracht-kindratio wel of niet is toegestaan. De kinderopvangondernemer bepaalt deze tijdstippen voortaan zelf. De ondernemer kan zelf bepalen op welke tijdstippen verantwoord kan worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio op basis van het dagritme op het kindercentrum of in de afzonderlijke groepen. Dit wordt in het pedagogisch beleidsplan opgenomen.

Afwijken van de BKR

Bij minimaal tien uur aaneengesloten opvang, kan worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio gedurende maximaal drie uur per dag. Die uren hoeven niet aaneengesloten te zijn. Er kunnen tijdens die uren minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Voorwaarde is dat minimaal de helft van het op grond van de beroepskracht-kindratio vereiste aantal medewerkers wordt ingezet.

Drie-uursregeling in het beleidsplan

De afwijkende uren moeten vastgelegd worden in het pedagogisch beleidsplan. De ondernemer communiceert ook actief naar ouders wanneer afgeweken wordt van de beroepskracht-kindratio. Als de tijden niet zijn vastgelegd in het pedagogisch beleidsplan, dan mag er niet afgeweken worden van de beroepskracht-kindratio. Deze uren voor de afwijkende inzet kunnen op de dagen van de week verschillen, maar zijn wel iedere week hetzelfde.

Buitenschoolse opvang

Op de buitenschoolse opvang mogen er voor en na schooltijd en op vrije middagen maximaal een half uur per dag minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Tevens geldt inzet van minimaal de helft van de benodigde pedagogisch medewerkers. Naast dit half uur per dag is op vrije dagen en in de vakantie dezelfde drie-uursregeling van toepassing als in de dagopvang. Op voorwaarde dat minimaal 10 uur aaneengesloten opvang geboden wordt. Ook de buitenschoolse opvang moet de drie-uursregeling vastleggen in het pedagogische beleidsplan.