4. Kinderopvang is een vak

Kwalitatief goede opvang valt of staat met goede medewerkers. Ontwikkelingsgericht werken met kinderen vraagt veel kennis en vaardigheden van u en uw collega’s. Daarom zijn in het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang afspraken gemaakt over extra eisen aan scholing van pedagogisch medewerkers en ondersteuning bij uw werk. 

Pedagogisch beleidsmedewerker

Voortaan coacht een pedagogisch beleidsmedewerker de pedagogisch medewerkers bij de dagelijkse werkzaamheden. Iedere pedagogisch medewerker wordt jaarlijks gecoacht. Per fulltime formatieplaats is minimaal 10 uur coaching per jaar beschikbaar. Het daadwerkelijk aantal coachingsuren per medewerker, de nadere invulling en werkwijze van de coaching is niet vastgelegd in de wet- en regelgeving en kan per kinderopvangondernemer en pedagogisch medewerker verschillen. De invoeringsdatum is 1 januari 2019.
Daarnaast houdt de pedagogisch beleidsmedewerker zich ook bezig met de ontwikkeling van pedagogisch beleid. Per kinderopvang moet er minimaal 50 uur per jaar besteed worden aan het pedagogisch beleidsplan. De nadere invulling en werkwijze is niet vastgelegd in de wet- en regelgeving en kan per kinderopvangondernemer en kindercentrum verschillen. De invoeringsdatum is 1 januari 2019.

Lees hier meer over de rol van de pedagogisch beleidsmedewerker.

Minimum taalniveau

Er komt een minimum taalniveau voor pedagogisch medewerkers. Als pedagogisch medewerker moet u minimaal niveau 3F of B2 voor mondelinge taalvaardigheid hebben. Deze kwalificatie-eis gaat in per 1 januari 2023. Dat betekent dat pedagogisch medewerkers vanaf dat moment aantoonbaar aan deze eis moeten voldoen. Een deel van de pedagogisch medewerkers voldoet al aan deze eis of behaalt de taaltoets zonder aanvullende scholing, maar het kan ook zijn dat u voor 1 januari 2023 hiervoor scholing krijgt. Klik hier voor meer informatie over de eisen voor het minimum taalniveau.

Vlogreeks ‘IKK in de praktijk’: de Taaleis bij de UvA

Hoe gaan kinderopvanglocaties in de praktijk om met IKK? Ze laten het zien in de vlogreeks ‘IKK in de praktijk’. We gingen lang bij UvA Talen voor de taaleis. Wat houdt de nieuwe taaleis precies in? En hoe wordt dit getoetst? Femke Bos, Projectcoördinator UvA Talen, vertelt het in de vlog. “Het gaat vooral om vloeiend en spontaan Nederlands kunnen spreken.” Femke laat zien hoe UvA Talen de toets afneemt en geeft praktische tips.

Vrijwilligers

Vrijwilligers tellen niet mee bij de berekening van de beroepskracht-kindratio. Iedere medewerker die meegerekend wordt bij het bepalen van de beroepskracht-kindratio, wordt daarvoor betaald en voldoet aan de opleidingseisen. Dat geldt dus ook voor de derde volwassene op een groep in de bso waar drie pedagogisch medewerkers ingezet moeten worden. Kijk hier voor meer informatie over de rol van vrijwilligers.

Inzet van beroepskrachten-in-opleiding en stagiaires

In een team mag maximaal 33% van de medewerkers beroepskrachten-in-opleiding en stagiaires zijn, zodat er voldoende collega’s en tijd zijn om hen te kunnen begeleiden. Deze maximale verhouding geldt op het niveau van de kinderopvang. Lees hier meer over de inzet van beroepskrachten-in-opleiding en stagiaires.

Opleidingsplan

Om de ontwikkeling van de medewerker te stimuleren moet iedere kinderopvangorganisatie een opleidingsplan voor de opleiding en ontwikkeling van pedagogisch medewerkers opstellen. Ook moet de Ondernemingsraad met dit plan hebben ingestemd.

Werken met baby's

Er komen ook nadere scholingseisen voor pedagogisch medewerkers die werken met baby’s. Deze kwalificatie-eisen gaan in per 1 januari 2023. Er is afgesproken dat pedagogisch medewerkers hierin geschoold worden vanaf 2018. Er geldt dus een ingroeiperiode van vijf jaar Meer informatie over de babyscholing vindt u hier.