Verbetertraject Kinderopvangtoeslag (KOT)

Onder de noemer ‘Verbetertraject KOT’ werken het ministerie van SZW en de Belastingdienst samen aan het verbeteren van de dienstverlening aan ouders, zodat (hoge) terugvorderingen worden voorkomen.

Hiervoor is een pakket met verbetermaatregelen samengesteld. Doel van deze maatregelen is om ervoor te zorgen dat minder ouders hoge bedragen moeten terugbetalen.

Aanleiding
Maandelijks krijgen ouders die werken, studeren, een traject naar werk of inburgeringscursus volgen, kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dit bedrag krijgen ze vooraf op hun rekening gestort. De hoogte van dit bedrag is gebaseerd op twee door hen zelf gemaakte schattingen. Namelijk een schatting van hun inkomen en een schatting van het aantal uren opvang dat zij jaarlijks willen afnemen. Na afloop van dat jaar bepaalt de Belastingdienst de definitieve toeslag, oftewel het bedrag waar ouders daadwerkelijk recht op hadden. Dit bedrag wordt berekend aan de hand van het vastgestelde inkomen en het aantal daadwerkelijk afgenomen uren kinderopvang. Het voorschot, het maandelijkse bedrag dat ouders gestort kregen, en het uiteindelijke bedrag kunnen afwijken omdat ouders bij de aanvraag een onjuiste inschatting hebben gemaakt of omdat ze tussentijdse wijzigingen niet op tijd hebben doorgegeven. Voor ongeveer 80% van de ouders leidt dit tot een nabetaling of terugvordering. Het Verbetertraject KOT wil het eenvoudiger maken voor ouders om kinderopvangtoeslag aan te vragen en/of te wijzigingen. Om zo te voorkomen dat mensen te veel toeslag ontvangen en daardoor grote bedragen moeten terugbetalen.

Omdat de kinderopvang inkomensafhankelijk is, krijgen huishoudens met een laag inkomen een relatief hoge toeslag. Hierdoor ligt het bedrag dat zij later moeten terugbetalen vaak ook hoger. Juist voor deze inkomensgroepen kan dit leiden tot betalingsproblemen, omdat hoge terugbetalingen voor huishoudens met een laag inkomen een grote financiële last kunnen veroorzaken. Het kabinet wil voorkomen dat deze huishoudens in een schuldsituatie terechtkomen. Dit maakt het verminderen van hoge terugvorderingen zo belangrijk.

Pakket verbetermaatregelen
De verbetermaatregelen zijn in drie thema’s te verdelen: eerder signaleren, begeleiden van ouders en verbetering van de digitale dienstverlening. Doel is om de maatregelen in 2020 in te laten gaan.

Thema A: Eerder signaleren
Een groot deel van de terugvorderingen ontstaat doordat ouders het aantal opvanguren te hoog inschatten. De Belastingdienst wil dit aanpakken door het eerder te signaleren als de werkelijkheid verschilt met de aanvraag, door:
 

  1. Intensivering gegevenslevering kinderopvangorganisaties.
    De Belastingdienst wil, op basis van gegevens die bij kinderopvangorganisaties beschikbaar zijn, eerder verschillen tussen de kinderopvangtoeslagaanvraag en de daadwerkelijke situatie signaleren en de ouder(s) daarover informeren. Vanaf 1 januari 2020 is het door aanpassing van de Regeling Wet kinderopvang (Wko) geregeld welke gegevens alle kinderopvangorganisaties mogen leveren aan de Belastingdienst. Het gaat dan bijvoorbeeld om gegevens over de door ouders afgenomen opvanguren. Het jaar 2020 wordt gebruikt om kinderopvangorganisaties stapsgewijs de informatie aan de Belastingdienst te laten leveren. Bovendien wordt onderzocht op welke manier de dienstverlening aan ouders het beste kan plaatsvinden. Vanaf 2021 worden kinderopvangorganisaties verplicht de gegevens maandelijks te leveren. De Belastingdienst zal kinderopvangorganisaties hierbij ondersteunen.
     
  2. Intensivering gegevenslevering publieksrechtelijke gegevensleveranciers.
    Daarnaast is de Belastingdienst in gesprek met zogenoemde publiekrechtelijke gegevensleveranciers, zoals het UWV en DUO. Deze organisaties beschikken over gegevens over het aantal gewerkte uren van de ouder(s) of dat de ouder studeert of (re-)integreert. Ook deze gegevens zijn relevant voor het bepalen van het recht op kinderopvangtoeslag.

Met de onder 1 en 2 genoemde maatregelen krijgt de Belastingdienst eerder zicht op eventuele wijzigingen in de situatie van de ouder(s). Met die informatie kan de Belastingdienst de dienstverlening aan de burger verbeteren. De ouder blijft echter nog steeds verantwoordelijk voor het zelf doorgeven van wijzigingen in zijn situatie die relevant zijn voor het recht op kinderopvangtoeslag.
 

Thema B: Begeleiden burgers met een grote kans op terugvorderingen
Om kinderopvangtoeslag aan te vragen en wijzigingen door te geven, moeten ouders voldoende kennis hebben van de toeslagprocedure. Ook moeten zij zich er bewust van zijn dat het belangrijk is dat zij tijdig de juiste gegevens doorgeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst onderzoekt op welke wijze ouders met een grote kans op een terugvordering het beste kunnen worden begeleid. In 2020 zal deze begeleiding worden geïmplementeerd.
 

Thema C: Verbetering digitale dienstverlening
De systematiek van kinderopvangtoeslag gaat ervan uit dat een ouder in staat is (vooraf) een schatting te maken van zijn of haar inkomen, het aantal uren dat er gewerkt gaat worden en het aantal uren dat er kinderopvang zal worden afgenomen. In de praktijk blijkt dat ouders deze schatting niet altijd goed kunnen maken of wijzigingen nog onvoldoende doorgeven, waardoor de schatting niet juist blijkt. Om het risico hierop te verminderen en ervoor te zorgen dat het systeem minder foutgevoelig is, moet ook de digitale dienstverlening verder worden verbeterd. Deze verbetering is erop gericht ouders beter te ondersteunen bij het aanvragen van de kinderopvangtoeslag en het doorgeven van wijzigingen. In 2019 is daarom het burgerportaal aangepast. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een kinderopvangtoeslag-app. Ouders kunnen hierin makkelijk en overzichtelijk hun eigen situatie raadplegen, notificaties ontvangen en zo nodig hun gegevens aanpassen. De app zal naar verwachting in 2020 breed beschikbaar komen.