Publicatie wijziging Besluit kinderopvangtoeslag 2022

Per 1 januari 2022 gelden nieuwe maximum uurprijzen voor dagopvang, bso en gastouderopvang. De maximum uurprijs is het bedrag tot waaraan een ouder een vergoeding kan krijgen voor de kosten van kinderopvang. De nieuwe bedragen staan in het Besluit kinderopvangtoeslag, dat recentelijk gepubliceerd is.

Jaarlijks worden de maximum uurprijzen van de kinderopvangtoeslag opnieuw vastgesteld. Deze worden aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling. De maximum uurprijzen voor 2022 worden met 0,51% verhoogd als gevolg van de indexering.

Maximum uurprijzen
Dagopvang  € 8,50
Buitenschoolse opvang  € 7,31
Gastouderopvang  € 6,52

Verruiming koppeling gewerkte uren buitenschoolse opvang

Per 1 januari 2022 kunnen ouders ook voor de buitenschoolse opvang aanspraak maken op kinderopvangtoeslag voor maximaal 140 procent van het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Dat is nu nog 70 procent. De reden voor deze verruiming is dat ouders waarvan hun werktijd niet overlapt met tijden waarop de buitenschoolse opvang is geopend (BSO-tijden) het percentage van 70 procent als knelpunt ervaren. Een voorbeeld zijn ouders die in de avond/nacht of het weekend werken en om die reden meer uren buitenschoolse opvang afnemen. Tevens is de arbeidsmarkt de afgelopen jaren veranderd en zijn er steeds meer mensen waarvan de werktijden structureel afwijken van de BSO-tijden, zoals zelfstandigen zonder personeel.

De huidige koppeling gewerkte uren voor de buitenschoolse opvang kan voor een belemmering in de arbeidsparticipatie van deze ouders zorgen. Het kabinet acht het wenselijk om deze belemmering weg te nemen, zodat de beleidsdoelstelling van de kinderopvangtoeslag, namelijk het ondersteunen en stimuleren van de arbeidsparticipatie van ouders met jonge kinderen, ook voor ouders met arbeidstijden in de avond en weekenden beter gerealiseerd wordt. Dat gebeurt met de verruiming van de koppeling gewerkte uren voor buitenschoolse opvang naar 140 procent.

De financiële dekking van twee maatregelen

In de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen is het recht op kinderopvangtoeslag uitgebreid voor ouders die werken, een opleiding, re-integratietraject of inburgeringstraject volgen en een partner hebben die een vrijheidsbenemende straf uitzitten van minimaal drie maanden. Gedurende de wetsbehandeling in de Tweede Kamer is per amendement de detentietermijn verkort van een jaar naar drie maanden. Het aantal gezinnen dat met deze maatregel is geholpen neemt hierdoor toe, eveneens als het budgettaire beslag van de maatregel. Bij amendement is gekozen om deze extra kosten (€ 1,5 miljoen) uit de kinderopvangtoeslag te halen.

De doelmatigheidsgrenzen voor de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget worden verhoogd van € 48 naar € 98. Hierdoor hoeven personen het te veel ontvangen toeslagenvoorschot minder snel terug te betalen. Het aantal relatief kleine terugvorderingen wordt met 380.000 verminderd. Dit leidt tot lagere ontvangsten, die van financiële dekking moeten worden voorzien. Voor de kinderopvangtoeslag gaat het om € 2,4 miljoen en voor het kindgebonden budget om € 3,6 miljoen structureel. Bij amendement is de dekking voor 2021 geregeld met een maatregel bij de zorgtoeslag. Hierna, zo stelt het amendement, wordt de verhoging van de doelmatigheidsgrens gespreid gedekt over de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. De dekking voor beide toeslagen wordt gevonden binnen de kinderopvangtoeslag.

Bekijk hier het volledige Besluit Kinderopvangtoeslag.