Resultaten monitor Wet IKK

Eind 2018 is de eerste meting uitgevoerd van de Monitor Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK). Dit onderzoek wordt uitgevoerd door bureau Bartels. Met de monitor wil het ministerie van SZW de gefaseerde implementatie van de nieuwe kwaliteitseisen voor de kinderopvang volgen. De resultaten van deze eerste meting zijn in een rapport gepubliceerd en aangeboden aan de Tweede Kamer.

Werkwijze

Het doel van de eerste meting is het in beeld brengen van de stand van zaken van en ervaringen met de implementatie van de kwaliteitsmaatregelen die per 1 januari 2018 van kracht zijn. Dit is gedaan op basis van gesprekken met 100 houders van kinderopvanglocaties, verspreid over 15 gemeenten, drie typen kinderopvang (dagopvang, bso en voormalig peuterspeelzalen) en drie verschillende grootteklassen op houderniveau. Tevens zijn 224 pedagogisch medewerkers van deze locaties en 62 vertegenwoordigers van oudercommissies geraadpleegd. Ook zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de 15 betreffende gemeenten en de 15 GGD-regio’s waarbinnen deze gemeenten vallen.

Stand van zaken

Op basis van de gesprekken met de houders blijkt dat de implementatie van de IKK-maatregelen van 2018 inmiddels goed verloopt. Op het moment van onderzoek (november/december 2018) waren naar eigen zeggen van de houders op nagenoeg alle locaties alle betreffende maatregelen geïmplementeerd. Wel waren veel houders in het begin zoekende naar het doel van de maatregelen en de wijze waarop deze op hun locatie geïmplementeerd dienden te worden. In de loop van het jaar zijn de onduidelijkheden – mede dankzij inspecties van de GGD – grotendeels weggenomen.

De bekendheid van de maatregelen is ook groot bij de geraadpleegde pedagogisch medewerkers en bij de oudercommissies. Zij geven aan dat de houder een belangrijke bron van informatie is geweest. Het onderzoek laat zien dat een actieve, persoonlijke manier van communiceren naar en betrekken van deze partijen door de werkgever helpt om medewerkers en oudercommissies goed te bereiken en mee te krijgen in het verandertraject.

Ervaringen implementatie

De ervaringen van de geraadpleegde houders met de implementatie zijn over het algemeen positief. Ruim 8 op de 10 houders stelt dat het traject (zeer) goed is verlopen. Dit geldt ook voor de pedagogisch medewerkers en oudercommissies die actief betrokken zijn geweest bij de implementatie. Deze pedagogisch medewerkers en oudercommissies waarderen het vooral dat ze steeds goed door de werkgever zijn geïnformeerd en actief hebben mogen meedenken over de veranderingen.

Toch is het implementatietraject niet voor alle houders altijd soepel verlopen, met als belangrijkste knelpunt dat de implementatie als tijdintensief en administratief belastend werd ervaren. Tevens verschilt het per maatregel hoe de ervaringen met de implementatie zijn geweest.

Volgende metingen

In deze eerste meting is de voortgang van de implementatie gemonitord. In 2019 volgt een tweede meting, die kijkt naar de implementatie van de maatregelen die per 1 januari 2019 zijn ingegaan, en naar het verloop van de maatregelen uit 2019.  In 2020 komt de derde meting die kijkt naar het verloop van de maatregelen 2018 en 2019. Deze meting toetst ook de doelen van de Wet IKK. Oftewel of er verbetering is van de kwaliteit, of er meer ruimte is voor maatwerk en of er in de praktijk meer houvast is door de concrete uitwerking van de vier pedagogische doelen.

Meer informatie

Meer informatie over het doel van het onderzoek, de werkwijze of de verschillende resultaten per maatregel kunt u hier vinden.